Vanmiddag haalde ik onze dappere kleine op van de peuterspeelzaal.
In zijn hand een prachtig geknutseld hart.
“Voor Valentijn,” zei de juf.
“Ik vind je lief, kusjes van…” stond erop.
Hij kwam op me afgerend, knuffelde me stevig en duwde het hart trots in mijn handen.
“Wauw, wat een mooi hart heb jij gemaakt,” zei ik.
“Ik vind je lief staat erop.”
Hij knikte. Grote ogen. Blij gezicht.
Zo’n moment dat je hart even een sprongetje maakt.
“Wil je dit aan je mama geven?” vroeg ik.
“Jaaa!” zei hij enthousiast.
In de auto werd het stil.
Toen kwam de vraag die altijd ergens op de achterbank meereist.
“Mama… ik niet jouw buik, hè?”
Nee lieverd.
Jij komt niet uit mijn buik.
Jij komt uit de buik van jouw mama.
Maar…
jij groeit wel in mijn hart.
“Gros (Wessel) en Liv?”
Ja Wessel en Liv ook.
Voor jullie alle drie is daar plek.
Hij knikte tevreden.
De wereld weer even op orde.
Dat zijn de kleine, grote momenten van het pleegouderschap.
Momenten waarin je voelt hoe belangrijk woorden zijn.
Momenten waarop je vanzelfsprekend ruimte maakt voor de plek van zijn moeder.
Bewust zijn van én met zijn loyaliteiten.
Niet invullen.
Niet overnemen.
Wel dragen, zorgen, liefhebben.
Als pleegmoeder doe je dan precies dit:
Waken over de ruimte in een kinderhart ❤️
Want of het nu Valentijn, Moederdag of Vaderdag is, voor kinderen als onze dappere kleine blijven het dagen met een randje dat niet iedereen ziet. Maar wel dubbel en dwars gevoeld wordt; door hem, zijn ouders én ons.
———————————————
Linda – (pleeg)ouder met pen. 🖊️
Combineert zorg, taal en soms wat lichte paniek tot iets dat op wijsheid lijkt.
Be the first to comment